Eerste project: Kinderen van de Staat

Kinderen van de Staat. Jeugdzorg in ademnood

Najaar 2020 verschijnt het eerste project van de Stichting Nobel, onder de imprint Nobel Boeken. Een schokkend verslag van de stand van zaken van de jeugdzorg in Nederland. In ons land hebben 180.000 kinderen een min of meer psychische aandoening, van licht to zwaar, van adhd, tot autisme, van licht tot zwaar psychiatrische aandoeningen, veelal veroorzaakt door een jeugd van verwaarlozing, mishandeling, misbruik, drugs, alcohol financiële misere, te veel om op te noemen. Van onze kinderen wonen er 46.000 niet meer bij hun ouders, voor een deel in een pleeggezin, soms vrijwillig en heel vaak niet: meer dan 30.000 kinderen hebben een verplichte, niet aan te ontkomen Onder Toezicht Stelling. Dat zijn de Kinderen van de Staat. In dat geval zijn zowel de ouders als de kinderen (tot hun 18e jaar) al hun rechten kwijt. Jaarlijks zitten drieduizend kinderen in een gesloten inrichting waar nauwelijks behandeling is, ze niemand zien en ze nooit genezen. Dat alles onder de eufemistische benaming ‘JeugdZorgPlus’. Ook worden jaarlijks tientallen kinderen onder de 12 jaar opgesloten. Nederland heeft per miljoen inwoners maar liefst 420 kinderen in een gesloten inrichting, Denemarken 5, België 15, Duitsland 85. Kinderen zonder recht, zonder uitzicht, Kinderen van de Staat in een goelag archipel die drijft op zakelijke en financiële belangen.

De wereld van de jeugdzorg staat in brand. Het is chaos. Kinderen en ook ouders zijn de slachtoffers. Er zijn wachtlijsten voor ongeveer alle soorten van jeugdzorg; hulp bij opvoedproblemen, bij leerproblemen, of bij autisme. Maar ook bij zeer ernstige psychiatrische aandoeningen als eetstoornissen of suïcidaliteit. Jaarlijks worden er zo’n 46.000 kinderen uit huis geplaatst en zitten er soms tot 3.000 kinderen in een gesloten instelling. Kinderen die uit huis zijn geplaatst worden Kinderen van de Staat, maar voldoende toezicht van de staat ontbreekt. Kinderen worden toevertrouwd aan voogden en aan commerciële organisaties, waar gemotiveerde medewerkers op de vloer vaak overwerkt zijn. Marktwerking richt zich op omzet en concurrerende partijen drukken elkaar uit de markt ten koste van de kwaliteit van de jeugdzorg. Aanbestedende wethouders van gemeenten geven jeugdzorg in handen van private organisaties. Financiële structuren van die op winst beluste bedrijven zijn niet transparant.

Nederland is kampioen uit huis plaatsen. Kinderen komen hier meer dan in welk ander land in pleeggezinnen of instellingen terecht. Vaak ook in gesloten instellingen voor jeugdzorg, de zogeheten JeugdzorgPlus. Ze gaan achter tralies. Er is geweld, van personeel richting kinderen en agressie tussen de jongeren onderling. Kinderen belanden er, onder het mom van veiligheid, veelvuldig in de isoleercel. Naakt met alleen een mensonterende ‘scheurjurk’ aan. Kinderen van de Staat beschrijft ook hoe alle kinderen die in pleeggezinnen en in – gesloten – instellingen terechtkomen, vervolgens levenslang zijn getraumatiseerd.

Hélène van Beek, auteur

Hélène van Beek (1964) is onderzoeksjournalist. Zij werkt(e) onder meer voor dagblad Trouw en voor Zembla en ‘Witteman Ontdekt’ (VARA-tv). Van 2010 tot op heden maakte zij reportages voor Argos (onderzoeksjournalistiek VPRO-radio). Daarvoor was zij achttien jaar verslaggever voor dagblad De Gelderlander. Van Beek studeerde nieuwste geschiedenis en persgeschiedenis aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Ze volgde daarna de postdoctorale opleiding journalistiek voor academici. Hélène van Beek is lid van de Vereniging van Onderzoeksjournalisten (VVOJ).

Wat is onafhankelijke literatuur?

De literatuur staat onder druk. Onder druk van commerciële sites en andere commerciële belangen komt de literatuur in het nauw die niet-commercieel gericht is. Uitgeverij mikken te vaak op bestsellers die zich in binnen- of buitenland bewezen hebben. Verkoopcijfers gaan al te vaak voor de inhoud. Een ander geluid in de literatuur, met name de maatschappijkritische teksten of datgene wat tegen heersende belangen in gaat, krijgt steeds minder plaats. Boeken zijn een product. Terwijl het ook andersom kan gaan: niet uitgaan van een product, maar uitgaan van wat aandacht verdient en het niet krijgt. Uitgaan van wat verandering behoeft of van zaken die onthuld en belicht moeten worden. Niet om een product te maken, maar om zaken te belichten waar de maatschappij of de democratie in de eerste plaats mee gediend zijn.

Om dat te bewerkstelligen is er een ander model nodig om die literatuur te financieren dan het gebruikelijke commerciële model: hopen dat een boek sowieso in de winkels komt te liggen, aandacht krijgt bij een groter publiek en dan, al dan niet moeizaam, verkocht gaat worden. Er is een ander model nodig en het internet kan dat model uitdragen: uitgaande van een gesignaleerd substantieel belangrijk onderwerp, kan er via crowdfundingplatform, via evenementen, via donaties een inkomensbron worden gegenereerd voor ‘het goede doel’. Een ideëel doel waarin mensen bereid zijn te investeren met kleine of grote gaven. Dat betekent dat een uitsluitende fictie op het geschreven woord te smal is: literatuur vraagt ook om gesproken teksten, om visueel zichtbaar gemaakte teksten, niet allen zichtbaar op papier met inkt, maar ook digitaal zichtbaar voor alle lagen van de maatschappij.

Dat is de doelstelling van de Stichting NOBEL, Nederlandse Onafhankelijke Behartiging van Literatuur, sinds 1983.

Als doelstelling omschreven onze oprichtingsstatuten: Het behartigen van literatuur in de breedste zin van het woord, zowel fictie als non-fictie, met name onderwerpen op het gebied van maatschappelijke, culturele en politieke onderwerpen die in het algemeen belang vragen om openbaarheid. Daarnaast behartigt de stichting in het algemeen literatuur die van literair- of journalistiek belang is.